Vrouw-zijn eerst

Een belangrijke richting die ik geef op vrouwenworkshops is ‘vrouw-zijn eerst’. Het is de meest recente van een aantal van dergelijke richtingen. Een eerdere richting, n.l. ‘Ik ben helemaal vrouw, tot in elke vezel’, wijst op het feit dat vrouwelijke biologische eigenschappen helemaal goed zijn. Die eigenschappen waren, en zijn nog steeds, een voorwendsel voor onderdrukking, en niet de oorzaak ervan. ‘Vrouw-zijn eerst’ is een poging om tegenspaak te bieden aan het historische feit dat in klassenmaatschappijen het leven van een man belangrijker geacht wordt dan het leven van een vrouw. Mannen zijn altijd de belangrijkste sekse geweest en mannen hebben vrouwen gedomineerd in bijna alle, zo niet alle, onderdrukkende samenlevingen. Het vrouw-zijn op de eerst plaats zetten vecht manlijke dominantie en seksisme aan, en vormt het fundament waarop beide omgevormd kunnen worden.

‘Vrouw-zijn eerst’ betekent niet dat seksisme op de eerste plaats staat, vóór andere vormen van onderdrukking. We stellen ook niet voor dat vrouwen van rol wisselen met mannen. Het betekent wel dat we de tweederangse, ondergeschikte rol van vrouwen in de onderdrukkende maatschappij moeten afschaffen om een eind te kunnen maken aan manlijke dominantie en seksisme. Het betekent ook dat de strijd tegen seksisme de eerste plaats zou moeten innemen in onze gedachten. En het betekent dat seksisme een cruciale onderdrukking is in de hele wereld, en dat er momenten zijn (bijvoorbeeld op vrouwenworkshops) waarop de strijd tegen seksisme de voorrang krijgt. Het belangrijkste is dat het een stevige tegenspraak biedt tegen de tweederangse, ondergeschikte status van vrouwen.

 ‘Vrouw-zijn eerst’ spreekt ook de ontkenning en de algemene aanvaarding van seksisme tegen, die beide tegenwoordig veel voorkomen. Het is de beste manier om de omvang, de onzichtbaarheid en het gebrek aan begrip van vrouwenonderdrukking zichtbaar te maken en aan te vechten, tot in elk detail.

 Als een vrouw herhaaldelijk de richting 'vrouw-zijn eerst’ neemt en dan antwoord geeft op de vraag van haar counseler: ‘En wat betekent dat?’, dan kunnen heel veel pijnpatronen omhoog komen die te maken hebben met vrouwenonderdrukking en andere vormen van onderdrukking die daarmee vervlochten zijn.

De gehele onderdrukking beëindigen

Bij elke vorm van onderdrukking zien we structuren, instituties en pijnpatronen die een hele groep treffen (terwijl we ook weten dat elke individuele ervaring met onderdrukking uniek is). Bij vrouwenonderdrukking zien we een collectieve ervaring die gaat over de ondergeschikte rol van vrouwen ten opzichte van mannen.

In veel niet-HC vrouwenbewegingen, vooral in de Westerse wereld, zijn oplossingen vaak gericht op het individu, in plaats van op het afschaffen van de onderdrukking als geheel. Mensen hebben zich bijvoorbeeld gefocust op de verkiezing van een vrouw als staatshoofd, in plaats van een eind te maken aan het hele systeem van manlijke dominantie en seksisme. Terwijl wij ontladen over onze eigen unieke ervaringen, moeten we ook een beeld hebben van wat er met ons allemaal gebeurd is. Eén vrouw kan niet helemaal bevrijd zijn zonder de bevrijding van alle vrouwen.

Vrouw-zijn eerst' in elke onderdrukte groep

We moeten seksisme en manlijke dominantie binnen elke onderdrukte groep zichtbaar maken. Manlijke dominantie beheerst alle onderdrukkende systemen. Als we naar racisme kijken zonder te kijken naar seksisme, of naar anti-Joodse onderdrukking zonder te kijken naar seksisme, of naar onderdrukking van ouderen zonder te kijken naar seksisme, dan laten we de manlijke dominantie in al deze vormen van onderdrukking intact.

Gewoonlijk zeggen we ‘zwarte vrouwen’, ‘arbeidersklasse-vrouwen’,Chinese vrouwen’, ‘Joodse vrouwen’, ‘jonge vrouwen’, ‘moslim-vrouwen’, enzovoort. Ik vraag vrouwen op vrouwenworkshops om te zeggen: ‘vrouw en zwart’, ‘vrouw en arbeidersklasse’, ‘vrouw en Chinees’, ‘vrouw en jong’, vrouw en moslim’, enzovoort. Zo kweken we bewustzijn over hoe verregaand seksisme en manlijke dominantie iedereen getroffen heeft, en leggen we er de nadruk op hoe het vrouw-zijn deel is gaan uitmaken van andere vormen van onderdrukking.

We moeten een principe uit het HC-vrouwenbeleid in praktijk brengen, namelijk het uitgangspunt dat we als vrouwen meer overeenkomsten dan verschillen hebben. We moeten ontladen over de verschillen tussen ons om een gevoel van eenheid te creëren, maar ondertussen moet het vrouw-zijn voorop staan. Voor de meesten van ons zal dit heel lastig voelen.

Als ik naar mijn vroege pijnpatronen kijk, lijken de Joodse patronen het belangrijkste te zijn, vooral omdat ik geboren ben tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen een groot deel van mijn familie vermoord werd in Europa. De voornaamste strijd van mijn mensen was die tegen anti-Joodse onderdrukking. Het vrouw-zijn op de eerste plaats zetten voelde als verraad aan de Joden, mijn eigen mensen. Maar in de praktijk betekende het dat ik goed heb kunnen kijken naar het seksisme tussen Joden onderling, naar hoe seksisme mijn Joods-zijn heeft beïnvloed en naar wat ik gemeen heb met alle vrouwen (alle vrouwen die met tenminste twee vormen van onderdrukking te maken hebben).

We zijn altijd bang om ons te verbinden met vrouwen die ons onderdrukken in onze andere identiteiten. Maar als we in de praktijk het belang voor ogen houden van ras, klasse en onderdrukking van lesbiennes, en tegelijkertijd ook het vrouw-zijn op de eerste plaats zetten, kunnen we ontladen over wat ons scheidt èn over wat ons bindt. Ik adviseer alle vrouwen die leiden, vrouwen uit alle verschillende geografische gebieden en van alle verschillende groepen, om de richting ‘vrouw-zijn eerst’ te nemen. Hiermee kunnen ze de strijd tegen het seksisme volledig integreren in hun leiderschap binnen en buiten HC. 

Onze nederlagen ontladen

Elke vrouw moet zowel ontladen over haar eigen geschiedenis met door seksisme veroorzaakte slechte behandeling, als ook over het seksisme waarvan ze getuige was. Gevoelens van ontmoediging, over de nederlagen die we hebben geleden en gezien, maken hier deel van uit. We dragen ook pijnpatronen met ons mee die ontstaan zijn door de nederlagen van eerdere generaties vrouwen, ook die uit het begin van de klassenmaatschappij. We torsen ontmoediging met ons mee van het eeuwenlang achterstellen van vrouwen en van eeuwen dwang om alle aspecten van seksisme te accepteren. We moeten deze gevoelens onder ogen zien en begrijpen dat ze niet van nu zijn, ook al lijkt dat zo. We moeten terug gaan in de tijd, en naast de jonge meisjes gaan staan die wij waren. Die meisjes die terug probeerden te vechten zo hard als ze konden. Onze taak is niet om deze vroege nederlagen opnieuw te beleven maar om ze te ontladen en kordaat in te gaan tegen de onderdrukking in ons leven nu. Dit is een revolutionaire opdracht.

Mannen voor ons winnen als partner in de strijd voor het beëindigen van seksisme

Een van de gebieden waar we ons het meest ontmoedigd en verslagen voelen is dat van onze relaties met mannen. Het voelt alsof we, om goede relaties met mannen te kunnen hebben, ons moeten aanpassen aan het seksisme, zowel aan het seksisme als groter geheel als aan het seksisme in onze relaties. Of dat we relaties met mannen helemaal moeten opgeven, als we er voor kiezen om ons niet neer te leggen bij die aanpassing.

Op een recente vrouwenworkshop deed ik, in een klas over het werven van mannen als bondgenoot, een demonstratie met een gebiedsreferentiepersoon die moeite had om mannen in haar gebied te behouden. Ze ontlaadde over de neiging om zich af te zonderen van mannen en om ze op te geven, over vroege pijn in haar relaties met mannen en over het gevoel afgekeurd te worden door mannen omdat ze niet de ‘juiste soort vrouw’ zou zijn. De tegenspraak voor haar was dat ze ‘helemaal vrouw’ was, dat elke vrouw de ‘juiste soort vrouw’ is en dat ze zo veel mogelijk mannen in haar nabijheid zou moeten hebben die haar leiderschap volgen.

Om onze relaties met mannen te veranderen en ze te leiden in hun partnerschap met ons om samen seksisme uit te bannen, moeten we het volgende doen: we moeten seksisme de eerste prioriteit geven, we moeten onszelf op de eerste plaats zetten en we moeten mannen laten zien dat het aanvechten en uitbannen van seksisme in hun eigen belang is. We moeten de door seksisme veroorzaakte pijn onder ogen zien en ook beseffen op welke momenten we ons verslagen en machteloos voelen als we proberen seksisme te onderbreken. We moeten ons teweer stellen tegen onze eigen seksuele uitbuiting en tegen de manier waarop mannen en de klassenmaatschappij alle vrouwen economisch uitbuiten.

We moeten hier veel meer aan doen tijdens workshops. Het is een project van alle vrouwen gezamenlijk.

Diane Balser

Internationale bevrijdings-referentiepersoon voor vrouwen 

 

uit Present Time van januari 2016

vertaling: Marijke Wilmans

redactie: Goof Buijs


Last modified: 2017-05-06 23:35:41-07