Onze plaats innemen: een concept-beleid voor middenklassebevrijding

 

(Taking Our Place: A Draft Middle-Class Liberation Policy)

Uit het HC tijdschrift ‘Our True Selves, a journal of middle-class liberation’ No. 2

 

Inleiding

Een bevrijdingsbeleid is een uiteenzetting over de onderdrukking van een groep, met daarbij stappen of richtingen om de bevrijding van deze groep te bereiken. Dit concept-beleid voor middenklassebevrijding beschrijft de onderdrukking van mensen uit de middenklasse: hoe we zowel onderdrukten als onderdrukkers worden, hoe onze onderdrukking wordt verinnerlijkt, en hoe we stappen kunnen zetten in de richting van onze bevrijding. Het beëindigen van middenklasse-onderdrukking is een essentieel onderdeel van het beëindigen van klasse-onderdrukking in het algemeen.

De middenklasse is groot en het is geen homogene groep. Zij bevat veel verschillende subgroepen die gebaseerd zijn op huidskleur, sekse, godsdienst, nationaliteit, het land waarin men woont, de precieze plaats in het klassensysteem, enzovoort. Geen enkele beschrijving of theorie omvat alle ervaring van de middenklasse, alle kennis over de middenklasse, over haar onderdrukking en bevrijding. Sommige kernelementen zijn echter in alle subgroepen te vinden. Dit concept beschrijft deze kernelementen en andere elementen die behoren bij specifieke groepen. Het is onvermijdelijk dat wat hier staat niet elke ervaring dekt van middenklasse-zijn.

Dit concept is gebaseerd op ervaring met het leiden van middenklassebevrijdingswerk. De mensen die het geschreven hebben komen uit Westerse geïndustrialiseerde landen, en hun generalisaties zullen tot op zekere hoogte dat beperkte perspectief weerspiegelen.

Klasse-onderdrukking

 Klassenmaatschappijen functioneren door het overbrengen van rijkdom, die geproduceerd wordt door de grootste groep van mensen, de 'arbeidersklasse', naar een kleine groep, die de middelen bezit en beheerst om welvaart te produceren (de 'bezittende klasse'). Deze bezittende klasse leeft van de opbrengst die geproduceerd wordt door de mensen uit de arbeidersklasse, die hun arbeid verkopen voor een klein gedeelte van de waarde van wat zij produceren. Zo ontstaat een systeem van economische uitbuiting. Een klein gedeelte van de rijkdom is in bezit van investeerders uit de middenklasse (door bezit van aandelen of door spaarrekeningen of pensioenfondsen). Zij hebben er weinig zeggenschap over. Om de ongelijke verdeling van rijkdom en macht in stand te houden is het nodig dat de veel grotere arbeidersklasse verdeeld gehouden, en zo verzwakt wordt. Een manier om dit te doen is om een scheiding te stimuleren die gebaseerd is op andere vormen van onderdrukking, zoals seksisme, racisme en onderdrukking op grond van leeftijd. Je kunt klasse-onderdrukking beschouwen als de basisonderdrukking, die samen met andere vormen van onderdrukking mensen gescheiden houdt, zodat zij zich niet gaan organiseren om verandering tot stand te brengen. (Maar dit betekent niet dat andere vormen van onderdrukking van minder belang zijn of dat bevrijding daarvan ondergeschikt is. De strijd voor bevrijding moet op alle fronten doorgaan).

Een effectieve manier om de arbeidersklasse verdeeld te krijgen is om te zorgen dat één groep mensen uit de arbeidersklasse, namelijk de zogenaamde 'middenklasse', zich beschouwt als anders dan andere arbeiders, en zonder gemeenschappelijke belangen. Zodoende worden middenklassers zowel onderdrukten als onderdrukkers. Maar eigenlijk zijn ze arbeidersklasse omdat ze werken voor hun levensonderhoud.

Definities van wat de middenklasse is

Er is niet één eenvoudige definitie van de middenklasse. De volgende definities bieden zicht op wie er deel van uitmaakt. Vanuit het perspectief van HC is elke beschrijving op zijn eigen manier van waarde, en belangrijk voor zowel ontlading als ook voor het nadenken over bevrijding. (We bepalen onze individuele klasse-achtergrond omdat we zo al counselend de effecten van deze achtergrond op hoe we denken, handelen en voelen kunnen onderzoeken. Ook kunnen we zo de effecten onderzoeken van deze achtergrond op onze relaties met mensen van onze eigen en andere klasse-achtergronden).

Eigenlijk is de middenklasse een deel van de arbeidersklasse, en is op een kunstmatige manier gescheiden geraakt van de arbeidersklasse. Zij is geconditioneerd en aangemoedigd om haar belangen anders te zien dan die van de rest van de arbeidersklasse.

 

Daarnaast kan de middenklasse gedefinieerd worden in termen van beroep. Het is de groep die niet direct werkt aan de productie van goederen en ook niet direct in de (niet-professionele) dienstverlening. De middenklasse werkt als managers, organisatoren, trainers, gezondheidswerkers, onderwijzers, coördinatoren, en in andere professionele banen, evenals in religieus en militair leiderschap. Haar eigenlijke rol is om een efficiënte werking van het huidige economische systeem te vergemakkelijken en om de beroepsbevolking meegaand, efficiënt en productief te houden.

De middenklasse kan ook gedefinieerd worden in termen van cultuur. Vanwege de scheiding tussen klassegroepen en hun verschillende kansen in het leven, hebben mensen die arm zijn opgegroeid, arbeidersklasse, middenklasse en bezittende klasse verschillende culturen ontwikkeld. Deze worden weerspiegeld in verschillende waarden, prioriteiten en levensstijlen. De middenklasse bestaat uit mensen die zijn opgegroeid -of nu leven- zonder grote zorg over schaarste, en die zich vanuit verinnerlijkte waarden vooral bezighouden met materieel gemak en financiële zekerheid, met promotie maken op het werk, met zich gedragen 'zoals het hoort' en met 'erbij horen'. Ze ontlenen vaak hun zelfvertrouwen en hun gevoel van eigenwaarde aan de kwaliteit van hun manier van leven en hun consumptiepatronen.

Mensen die zich in een andere klasse bevinden dan hun ouders hebben een gemengde klasse-identiteit. Bijvoorbeeld, iemand is in de arbeidersklasse of arm opgegroeid en heeft nu een middenklassebaan, -leefstijl of -waarden. Voor mensen van gemengde klasse-achtergrond, die besluiten om een middenklasse-identiteit te claimen en daaraan te werken, betekent het niet dat zij daarmee hun identiteit van arbeidersklasse, bezittende klasse of arm-opgegroeid-zijn hoeven op te geven. Alle identiteiten moeten geclaimd worden en er moet aan alle identiteiten gewerkt worden.

Maar het heeft wel zin om expliciet een middenklasse-identiteit te claimen voor zover we er een hebben. Eerlijk zijn over onze gevoelens, gedachten en gedrag geeft een tegenspraak, die misschien niet beschikbaar is als we proberen hieraan te werken vanuit een andere klasse-identiteit. 

Veranderingen in de samenstelling van de middenklasse

De grootte en de samenstelling van de middenklasse variëren afhankelijk van tijd en plaats. Nu het kapitalisme zijn invloed uitbreidt naar ontwikkelingslanden en internationale bedrijven hun traditionele productiewerk en andere banen verplaatsen naar de lage-loneneconomieën, neemt het aantal middenklassers in deze landen ook toe. Leden van deze nieuwe middenklasse worden blootgesteld aan alle prikkels en conditioneringsprocessen die we eerder beschreven, en ze worden geprogrammeerd om als uitvoerders van klassenonderdrukking te handelen.

In Europa, in de Verenigde Staten en in andere rijke landen hebben recente veranderingen de grenzen tussen de mensen uit de arbeidersklasse en de middenklasse vertroebeld:

1. Het idee van 'een baan voor het leven' wordt vervangen door 'levenslang leren'. De boodschap is dat succes in het leven van individuen vraagt om zichzelf steeds opnieuw 'uit te vinden' als hun banen verdwijnen. (De nadruk ligt op de verandering van individuen in plaats van verandering van economische structuren). Het gevolg hiervan is dat de middenklassewaarden van individualisme en concurrentievermogen in toenemende mate worden geaccepteerd door werkenden, die vanuit economische termen de arbeidersklasse vormen.

2. Door de mondialisering worden arbeidersklassebanen die traditioneel horen bij de maak-industrie vervangen door lager betaalde banen in de dienstensector, zoals medewerkers bij een callcenter of bankmedewerkers met beperkte vooruitzichten. Deze werkenden beschouwen zichzelf vaak als middenklasse, zelfs als zij afkomstig zijn uit arbeidersklassegezinnen. Zij zijn nog steeds arbeidersklasse gezien hun salaris en de invloed die ze hebben op hun arbeidsomstandigheden. Maar omdat zij zich 'beter' dan anderen voelen, nemen zij toch een middenklasse-identiteit aan.

3. Hoewel op deze manier de middenklasse groeit in aantal mensen, neemt de totale invloed van haar leden over hun arbeidsomstandigheden af. Ingebouwde waarden als concurrentie, hebzucht en individualisme maken het moeilijk om middenklassers te organiseren om hun werksituatie te verbeteren. In het algemeen zie je op deze manier dat slecht georganiseerde middenklassewerkers en een minder krachtige vakbondsbeweging, de voorheen krachtige vakbondsbeweging aan het verdringen zijn. Een klein deel van de professionele organisaties en vakbonden is ondertussen strijdbaarder geworden in reactie op veranderingen op hun werkplek. Daar komt nog bij dat professionele werkers die vroeger een aanzienlijke autonomie hadden steeds meer worden beperkt en onder toezicht worden gesteld, zoals mensen uit de arbeidersklasse dat traditioneel altijd al waren. Dit is onderdeel van een meer algemene beweging om veel traditionele middenklassebanen meer routinematig te maken en te ontdoen van deskundigheid.

Omdat middenklassewaarden zich verspreiden buiten de meer bevoorrechte werkers, en omdat deze voorrechten steeds meer in gevaar zijn, is middenklassebevrijdingswerk nu relevant voor allerlei mensen inclusief voor velen die zich niet identificeren als middenklasse. Op wereldschaal lijken veel mensen uit de arbeidersklasse in rijke landen minder op mensen van de arbeidersklasse in armere landen en meer op middenklassers in hun eigen landen, qua levensstijl, waarden en consumptiepatronen. Op dezelfde manier kunnen veel middenklassers in armere landen lijken op mensen uit de arbeidersklasse in rijkere landen.

Wat van nature waar is over middenklassers

In HC maken we onderscheid tussen wat van nature waar is over mensen en wat de pijnpatronen zijn die zij opgestapeld hebben als gevolg van toeval, mishandeling of onderdrukking. Zoals mensen van alle klassenachtergronden zijn middenklassers van nature volledig goed, doen ze er volledig toe, zijn ze moedig, koesterend, betrouwbaar, intelligent, leuk, geneigd tot samenwerken en liefhebbend. Ze zijn levendig, luidruchtig, emotioneel en sterk. Ze hebben een diep gevoel van verbondenheid met alle andere mensen.

Bijdragen van middenklassers

Het is zinvol om er trots op te zijn dat je een middenklasser bent, zowel binnen als buiten counselsessies. Middenklassers hebben bijgedragen aan onderwijs, aan kunst, aan cultuur, aan wetgeving, aan religie, aan wetenschap, aan bestuur, aan handel, aan sociale veranderingen en aan de gezondheidszorg. Binnen onderdrukkende instituten zijn er individuen en afdelingen die welwillend en mensvriendelijk zijn.

Veel middenklassers zijn heel duidelijk geweest over onrechtvaardigheid en hebben moedige en dappere stappen genomen om onderdrukking te overwinnen. Middenklassers hebben bevrijdingsbewegingen geleid tegen imperialisme, kolonialisme, racisme, seksisme, homo- en lesbische onderdrukking en anti-Joodse onderdrukking, evenals tegen andere vormen van nationale, sociale, culturele, politieke en economische dwang.

De onderdrukkersrol van middenklassers

Wij middenklassers zijn onderdrukt als werkers binnen het economische systeem van het kapitalisme. We spelen ook een onderdrukkersrol om te helpen dat systeem in stand te houden.
We werken hieraan mee door ervoor te zorgen dat andere mensen uit de arbeidersklasse zo efficiënt en winstgevend mogelijk rijkdom produceren. In sommige gevallen is het onderdeel van ons werk om ervoor te zorgen dat anderen zich conformeren aan het bestaande systeem, het systeem accepteren en het niet trotseren en aanvechten.

De middenklasse regelt, handhaaft, legitimeert en versterkt de onderdrukkende structuren van de maatschappij. Managers zorgen voor een ordelijke productie die winst oplevert voor de bezittende klasse. De werking van het onderwijssysteem maakt dat het werk van leerkrachten en docenten waarschijnlijk bijdraagt aan het reproduceren van het klassensysteem. Met beperkte middelen reguleren sociaal werkers de fouten van het systeem, terwijl het systeem van de geestelijke-gezondheidszorg medicijnen gebruikt om op een chemische manier 'normaal functioneren’ op te leggen. Journalisten van belangrijke nieuwsorganisaties hebben de neiging om klassenmaatschappijen ten onrechte voor te stellen als onvermijdelijk, rechtvaardig of wenselijk. Beleidsmakers kunnen onrechtvaardig beleid maken dat zogenaamd verantwoord wordt door de vereisten van de markt of door de zogenaamde onvolkomenheden van de arbeidersklasse, van de armen en van minderheidsgroepen. In veel gevallen zijn het de middenklassers, in plaats van de mensen van de bezittende klasse, die de directe zichtbare uitvoerders van klasse- onderdrukking zijn.

In veel banen hebben middenklassers het voor het zeggen over mensen uit de arbeidersklasse, die deze relaties vaak als onderdrukkend ervaren. Ook al staan middenklassers niet in een autoriteitsrelatie, dan nog ervaren mensen van de arbeidersklasse, of mensen die arm opgegroeid zijn, ons als onderdrukkend als we hen benaderen met een negatieve houding, zonder aandacht, of met stereotyperingen. Ook als we als de meerdere handelen, afstand bewaren, zelf het hoogste woord hebben, onze ideeën opleggen, niet laten zien hoe we ons voelen, verbergen wat we moeilijk vinden in de relatie, ons stil houden of overbeleefd zijn in plaats van echt contact te maken. We kunnen heel 'behulpzaam' zijn of overheersend op een manier die het leiderschap van mensen uit de arbeidersklasse ondermijnt. Omdat we vaak opgeleid zijn als welbespraakte en mondige sprekers en schrijvers, snoeren we mensen van de arbeidersklasse de mond door onnadenkend te veel van de beschikbare tijd of ruimte voor communicatie te nemen. Geconditioneerd om de intelligentie en de vakkundigheid van mensen uit de arbeidersklasse te onderschatten, kunnen we dit patroon meenemen in relaties. Als we een beetje bewust zijn en proberen om ons goed te gedragen, dan slagen we er misschien alleen in om ons vreemd te gedragen, mensen uit de arbeidersklasse vermijden, of een vrolijk behulpzaam gezicht trekken, terwijl we onze echte problemen verbergen.

Als de zichtbare uitvoerders van de onderdrukking van mensen uit de arbeidersklasse, kunnen wij een groep zijn waar mensen uit de arbeidersklasse juist graag bij zouden willen horen. Of een groep die ze verachten.

De onderdrukking van middenklassers

Omdat we een deel zijn van de arbeidersklasse, en kunstmatig gescheiden van onze medearbeiders, delen we dezelfde basisonderdrukking als mensen uit de arbeidersklasse. Wij krijgen een klein gedeelte terug van de waarde die we produceren. Ook al verdienen de meesten van ons meer dan mensen uit de arbeidersklasse, toch is het nog steeds veel minder dan de waarde van wat is geproduceerd. (Sommigen van ons worden ook minder betaald dan veel arbeiders). Onze banen bestaan tot zolang ze nodig zijn om de dingen soepel te laten verlopen. Als het mogelijk is om het zonder deze banen te doen, worden ze afgeschaft. In tijden van recessie kunnen we net zo kwetsbaar zijn als andere mensen uit de arbeidersklasse. In de context van verfijnde technologie en strategieën voor personeelsbeleid, zijn de middenmanagementbanen soms de eersten die verdwijnen. Ons soms hogere salaris kan niet lang een buffer vormen als we werkloos worden.

Sommige specifieke vormen van onderdrukking van middenklassers zijn mogelijk gemaakt door onze scheiding van de rest van de arbeidersklasse. Er wordt van ons verwacht dat we ons identificeren met ons werk, om onze persoonlijkheid daar ten dienste van te stellen en om elke duidelijke grens aan de werkdag en de werkweek op te geven om de doelen van de organisatie te bereiken. Ons overwerk wordt meestal niet betaald. Velen van ons maken lange dagen en verduren een hoog niveau van stress, wat onze gezondheid in gevaar brengt en het moeilijk maakt om een evenwichtig leven te hebben. Er kan van ons verwacht worden dat we daarheen verhuizen waar het werk is, wat isolement en ontworteling met zich meebrengt. De werkstructuren moedigen concurrentie aan en isoleren ons van andere werkers, wat ons ervan weerhoudt om ons gezamenlijk te organiseren en om verandering tot stand te brengen.

Onze 'perfectionistische' neigingen worden uitgebuit in banen waarin we onder hoge druk staan. Een positie als manager kan ons van andere werkers isoleren. Veel werk van witte-boordenwerkers heeft weinig echte waarde. Of feitelijk negatieve waarde, in menselijke termen gesproken.

Omdat velen van ons dingen recht willen zetten en er iets aan willen doen, beginnen we in middenklassenbanen (lesgeven, recht, maatschappelijk werk, medicijnen, politiek en management in het algemeen) met hoop en dromen. We willen de kennis en bronnen van deze banen gebruiken om de wereld beter te maken, om onrechtvaardigheid recht te zetten en om mensen krachtiger te maken. Maar gedurende onze training wordt ons verteld dat we die hoop en visioenen moeten inpassen in de beperkingen van een onderdrukkend economisch systeem of ze helemaal op moeten geven.

Hoewel we als werkers onderdrukt worden, bestaat veel van onze onderdrukking uit beschadiging op het menselijk vlak. We zijn vanaf onze kindertijd geconditioneerd om ons te conformeren en steun te geven aan een onderdrukkend economisch systeem. In het volgende deel wordt beschreven door welke mechanismen dit tot stand komt.

Mechanismen van middenklassenonderdrukking

Om het klassensysteem te laten functioneren, is het belangrijk dat middenklassers hun belangen niet laten samenvallen met die van de rest van de arbeidersklasse. In feite wordt deze scheiding tot stand gebracht door een combinatie van omkoperijen, bedreigingen, isolement, verkeerde informatie en door ontkenning van de werkelijkheid.

Omkoperij

Om de huidige situatie van het klassensysteem te handhaven worden er prikkels of stimulansen aangeboden aan de middenklasse. De meest voorkomende zijn meer salaris, een hogere status, een grotere zekerheid, betere werkomstandigheden, meer materieel comfort, promotiemogelijkheden en een grotere invloed en beslissingsbevoegdheid. Een andere prikkel is de kans om interessant, verantwoordelijk en creatief werk te doen. Managers kunnen bonussen en aandelen aangeboden krijgen om hun belang te verstrengelen met die van de bezittende klasse.

Deze omkoperij werkt omdat we overgehaald zijn om te geloven dat comfort en materieel welbevinden het doel zijn van een vervuld leven. Hoe meer we consumeren of hoe meer we vergaren, hoe beter we ons over ons zelf voelen. Op dit punt zijn we kwetsbaar, want als we jong zijn verliezen we ons diepe aangeboren gevoel van waarde en goedheid. Middenklassekinderen krijgen voorrechten en beloningen (voornamelijk goedkeuring van onze ouders en aandacht) voor 'goed gedrag'. Over het algemeen betekent dit: rustig zijn, succesvol zijn en je aanpassen aan de verwachtingen van volwassenen. Als we opgroeien wordt het gevoel versterkt dat onze waarde afhankelijk is van het oordeel van anderen, waardoor wij gevoelig worden voor omkoperij van hen die 'boven ons' staan.

Het klassensysteem moedigt werkenden individueel aan (door de media, door de reclame, door het onderwijssysteem en door het heersende politieke systeem) om te ontsnappen aan hun onderdrukking. Niet door het systeem te veranderen, maar door vanuit de arbeidersklasse naar de middenklasse op te klimmen en, als het mogelijk is, naar de bezittende klasse. Door meer rijkdom en materiele goederen te vergaren en door het overnemen van de taal, het gedrag, de levensstijl en de waarden van de 'hogere' klassen.

Geen enkele beloning kan ooit het verbreken van het contact met onze menselijkheid compenseren dat door dit proces wordt veroorzaakt. Het huidige economische systeem biedt ons weinig rollen die ons op een menselijke manier voldoening geven, weinig rollen die we echt willen. Het heeft geen goed aanbod voor ons als middenklassers.

Bedreigingen

Door dreiging met straf of door geen goedkeuring te geven als we ons niet aanpassen of samenwerken, wordt omkoperij versterkt. Velen onder ons hebben een bevroren behoefte aan goedkeuring. Als we opgroeien, worden we erop gewezen dat onze toekomst afhangt van de mate waarin we ons aanpassen en ons best doen. Onze vroege angst: 'Mama/Papa houdt niet meer van je tenzij je je goed gedraagt'. Onze angst als volwassene: 'Je zult je status, je aanzien of je materiële welvaart verliezen, tenzij je doet wat van je wordt verwacht'.

Het schoolsysteem speelt een grote rol in het versterken van deze conditionering. Ondanks de inspanningen van individuele leerkrachten is ons onderwijs vaak alleen een voorbereiding op middenklasserollen. Selectie (dat is studenten groeperen op basis van academische kwaliteiten) stimuleert en bereidt ons voor op een klassehiërarchie. Scholen zetten ons onder druk om goed ons best te doen en waarschuwen ons dat als we niet hard genoeg studeren en goede cijfers halen, wij nooit een 'goede baan' zullen krijgen. Met andere woorden dat we nooit succesvol zullen zijn. Leerkrachten en ouders zijn bezorgd over jonge mensen en over hun toekomst. De maatschappij zet opleiders onder druk om hun rol zo smal mogelijk op te vatten, namelijk om kinderen voor te bereiden op werk (terwijl ze alleen lippendienst bewijzen aan het geven van een opleiding voor het leven). Om in dit systeem te overleven hebben velen van ons hun dromen voor hun leven en hun visioenen voor een betere wereld opgegeven, maar diep van binnen zijn we daar kapot van.

Uit angst en door overreding hebben middenklassers een bekrompen leven geaccepteerd en de dreiging van de geestelijke-gezondheidsonderdrukking maakt dat mensen zich aan de voorgeschreven rollen houden. Zelfs een geringe onaangepastheid kan omschreven worden als 'gek' of 'ziek'.

Isolement

Isolement is het centrale thema binnen middenklasse-onderdrukking. Wij zijn systematisch geïsoleerd van andere mensen uit de arbeidersklasse, vaak fysiek door het wonen in verschillende wijken en door naar verschillende scholen te gaan. Onze ouders hadden beperkte sociale netwerken en keurden onze vrienden en speelkameraadjes.

Wij zijn nog verder geïsoleerd geraakt door het gebrek aan echt menselijk contact met de mensen om ons heen, ook met andere middenklassers. Van ons werd verwacht dat we vanuit een laagje beleefdheid contact maakten: spontaniteit en openheid werden vaak ontmoedigd. Verbaal contact was soms een vervanging voor fysiek contact en bood veel gelegenheid voor vernedering. Ons werd verteld om dingen voor onszelf te houden en 'binnen de familie'. We werden niet aangemoedigd om andere middenklassers als bondgenoten of als ondersteuners te zien.

Misinformatie

Aan leden van elke klasse wordt verkeerde informatie gegeven over de andere klassen en het vormen van hechte relaties over de klassegrenzen heen wordt ontmoedigd.

Onderscheid maken tussen ons en de rest van de arbeidersklasse begint vroeg. We werden getraind om onszelf als intelligenter en belangrijker te zien. Ons werd verteld om bang te zijn voor mensen uit de arbeidersklasse en niet veel van ze te verwachten. Ons werd verteld dat als ze echt hun leven wilden verbeteren, ze dat konden doen, maar dat ze eenvoudigweg te lui, te stom en te onverantwoordelijk waren. Ons werd verteld dat de manier waarop de maatschappij georganiseerd is de meest rationele is. Verder werd verteld dat het systeem in zichzelf niet onrechtvaardig is, óf dat een eerlijke maatschappij een onmogelijk en kinderlijk ideaal is. In veel gevallen werd ons de toegang ontzegd tot informatie die ons een helderder beeld had kunnen geven van de wereld.

Volwassenen om ons heen gaven het voorbeeld voor onderdrukkend gedrag en een onderdrukkende houding richting mensen uit de arbeidersklasse, zelfs als ons niet openlijk werd verteld dat we beter waren. Zij hadden bijna nooit vrienden uit de arbeidersklasse.

Ondanks dat huidige jonge middenklassers worden aangemoedigd om andere culturen te ontdekken en te waarderen, wordt het onderwerp economie op zo'n manier gepresenteerd dat het alternatieven voor het huidige systeem verdoezeld. Daardoor lijkt het een onvermijdelijke weerspiegeling van de natuurlijke orde. Hoewel de meesten van ons opgevoed zijn om vragen te stellen, leren we niet om vragen te stellen over onze eigen plek in de wereld. Onze opvoeding en ons onderwijs bereiden ons voor om het huidige systeem te gebruiken, maar niet om het ter discussie te stellen of het te verbeteren zodat het menselijker wordt.

Het ontkennen van de werkelijkheid

Toen we jonge mensen waren, hebben sommigen van ons gemerkt dat de wereld om ons heen niet logisch was. We vroegen ons af waarom mensen verschillend werden behandeld of op manieren die volgens ons oneerlijk waren. Soms werd ons helemaal geen informatie gegeven over verwarrende en beangstigende kanten van de samenleving. In plaats daarvan kregen we herhaaldelijk de boodschap: 'Alles is prima', alsof alles heel rationeel was en dat er geen reden was voor bezorgdheid. Volwassenen, ook de mensen die het meest van ons hielden, vertelden ons vaak dat we fout zaten met onze gevoelens en waarnemingen. Dat was beangstigend en heeft ertoe geleid dat velen van ons geprobeerd hebben zich aan te passen.

Als volwassenen hebben we de neiging om onszelf of anderen de schuld te geven als we merken dat er iets verkeerd is, in plaats van dat we de onderdrukkende maatschappij daarvan de schuld geven. Zowel onder volwassenen als onder kinderen in de middenklasse bestaat er vooral een wijdverbreide ontkenning van het bestaan van klasse-onderdrukking.

Verinnerlijkte middenklasse-onderdrukking

De meeste schade van elke onderdrukking wordt veroorzaakt door de verinnerlijkte vorm van die onderdrukking. Als mensen een vorm van onderdrukking niet zouden verinnerlijken, zouden ze de onderdrukking niet lang accepteren. Voor alle middenklassers geldt dat ze pijn zijn gedaan, anders dan bij andere groepen maar wel net zo systematisch. En daarna zijn ze getraind om te geloven dat dat niet zo is. Dit is de kern van onze verinnerlijkte onderdrukking en het betekent dat we wel de voordelen zien van het behoren tot de middenklasse, maar dat we niet kunnen zien welke prijs wij daar menselijk gezien voor betalen. Hieronder beschrijven we enkele manieren waarop we meestal onze onderdrukking verinnerlijken.

We verliezen het gevoel dat wij goed zijn.

Als middenklassers voelen we ons nooit goed genoeg. We hebben de hele tijd het gevoel dat we goedkeuring moeten krijgen en ons bestaan moeten rechtvaardigen. We houden situaties in de gaten en proberen in te schatten wat er van ons verwacht wordt. Wij censureren wat we denken of zeggen en passen dat aan om geaccepteerd te worden. Wij hebben het gevoel dat we perfect moeten zijn. We smachten naar acceptatie zodat we ons veilig en prettig kunnen voelen.

In counselsessies proberen we erachter te komen wat onze counseler van ons verwacht. Wij zijn dankbaar voor specifieke richtingen. Wij vinden het ongemakkelijk om alleen al op te merken dat er iemand onvoorwaardelijk voor ons is.

Zelfs als we ons bewust worden van verinnerlijkte onderdrukking, proberen we nog steeds te voldoen aan de verwachtingen. Het zou kunnen dat we werken aan bevrijding vanuit schuldgevoel of plichtsbesef. Het zou kunnen dat we proberen uit te zoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen uit de arbeidersklasse ons accepteren. We proberen het juiste te doen en kijken naar anderen om te ontdekken wat dat is. In HC lijkt dit vaak de vorm aan te nemen van het verbergen van onze pijnpatronen of het handelen buiten de patronen om, zonder deze te ontladen of de worstelingen te laten zien waarvoor wij ons schamen.

Ondanks goede voornemens vinden we het moeilijk om echt te werken aan ons onderdrukkersmateriaal, omdat we ons chronisch slecht voelen over onszelf. Het zou kunnen dat we ons schuldig voelen of in de ontkenning schieten of aanstoot nemen aan mensen uit de arbeidersklasse, omdat wij ons door hen ‘slecht gaan voelen'. Maar bijna altijd voelen we ons zo onveilig dat we op slot gaan en niet in contact kunnen zijn met wat er echt voor ons speelt. Op deze manier raken we ons gevoel voor verbondenheid kwijt met de mensen die we pijn gedaan zouden kunnen hebben.

Wij blijven bedeesd en onzichtbaar.

Doordat we om ons heen irrationaliteit en een slechte behandeling van arbeiders zagen, werden we bang en bezorgd. Als gevolg hiervan verinnerlijken we vaak een verantwoordelijkheidsgevoel voor ongelijkheid en angst dat mensen uit de arbeidersklasse ons misschien zullen aanvallen voor alles wat fout is in de maatschappij. Daardoor hebben we de neiging om onzichtbaar te blijven als middenklasser.

Het systeem manipuleert ons voortdurend door te dreigen met het verlies van privileges. We kunnen behoedzaam of bedeesd worden door de angst om het fout te doen. We laten niet van ons horen vanwege de angst om opschudding te veroorzaken. Deze angst kan zo sterk zijn dat we vermijden om iets te doen, of zelfs iets te horen of op te merken, waardoor we ons ongemakkelijk gaan voelen. Deze patronen kunnen ons ervan weerhouden om te spreken en te handelen tegen onrecht, inclusief tegen racisme en tegen klassisme. In feite is het je openlijk niet meer aanpassen veiliger dan onze patronen ons doen geloven, en hoe meer eerlijke en menselijke relaties wij opbouwen, hoe veiliger het wordt.

Het onderscheid dat tussen denk- en handwerk wordt gemaakt in kapitalistische samenlevingen kan ervoor zorgen dat wij gefascineerd raken en ons op ons gemak voelen bij het analyseren van ideeën en het theoretisch 'begrijpen', maar te bang zijn om de dingen in de praktijk te brengen. Sommigen van ons begrijpen wel in theorie het verhaal van onderdrukking, maar dat wordt niet vertaald in praktisch handelen dat tegen het onderdrukkende systeem in gaat. Pas als wij het gevoel hebben dat we precies weten hoe het zit, zijn we in staat te handelen.

Het kan voor een volwassene heel eng en verwarrend zijn om deel uit te gaan maken van de middenklasse, zonder dat je door je socialisatie hebt geleerd wat de 'regels' zijn. Diegene van ons die dit overkwam, werden plotseling blootgesteld aan een groep mensen die nauwelijks praten over wat er concreet gebeurt in hun dagelijks leven. Ze worden geconfronteerd met moeilijke patronen zoals verlegenheid, superioriteit, 'doen alsof' en geïsoleerd-zijn. Het is de moeite waard om op te merken dat wat zij ervaren een idee geeft van hoe het leven was voor kinderen die opgegroeid zijn in de middenklasse. Zó angstig was het. Zó verwarrend was het. Zó onwerkelijk was het.

We zijn in de war.

Vanwege de tegenstrijdigheden tussen wat we zagen en wat we voelden en de boodschappen die we als kind ontvingen, hebben we chronische verwarring opgedaan. Dat staat ons vermogen om na te denken over de wereld in de weg. Zelfs nu we luisteren naar een heldere beschrijving over hoe klasse werkt, hebben we moeite om het te volgen. Op het moment dat we luisteren klinkt het bijna logisch, maar zodra de persoon, die hierover vertelt, stopt met praten zijn we het weer kwijt.

We proberen na te denken over klassisme en het effect ervan, maar echt begrijpen doen we het niet. We krijgen niet echt te pakken hoe het is voor mensen om op te groeien in de arbeidersklasse of om arm op te groeien. Dit betekent niet dat we slechte mensen zijn, maar het is wel nuttig en belangrijk voor ons om toe te geven hoe weinig we echt begrijpen van waar het om gaat. Onze verwarring over hoe klassisme werkt is een resultaat van de onderdrukking en zegt niets over ons aangeboren vermogen om na te denken. Zoals bij elk chronisch patroon, kunnen we de verwarring ontladen en ons denken terugpakken.

Als mensen in de war zijn over hun klasse-achtergrond kan dat een indicatie zijn dat iemand middenklasse-onderdrukking heeft verinnerlijkt. Zo iemand kan er daarom baat bij hebben om zichzelf te identificeren als middenklasser.

We worden in beslag genomen door comfort en zekerheid

Veel van onze conditionering maakt dat wij in beslag genomen worden, of zelfs verslaafd zijn aan onze gemakken, zoals financiële zekerheid, mobiliteit, een succesvolle carrière, materiële welvaart, speeltjes en ga zo maar door. We leven kleine levens gericht op het vergaren van spullen, op het genieten van die spullen en op ons zorgen te maken dat we ze kwijtraken. Dit streven voorziet niet in een diepe menselijke bevrediging. Materieel gemak is een begerenswaardig doel voor de gehele mensheid, maar onze starre gerichtheid hierop maakt dat het ons beschadigt. Het maakt dat we het lastig vinden om de irrationaliteit van het klassensysteem om ons heen op te merken en het maakt dat wij ongelijkheid als een vanzelfsprekendheid accepteren en als iets noodzakelijks. We raken meer verstoord door bedreigingen van ons eigen comfort, zoals belastingverhoging, dan door de situatie van onderdrukte mensen om ons heen. We verliezen het besef van het 'grote geheel' en van het relatief onbelangrijke van onze dagelijkse zorgen.

Wij voelen ons schuldig

Omdat wij worden ingezet als vertegenwoordigers van onderdrukking, dragen we vaak een diep gevoel van schuld met ons mee over de ongelijkheid waar we getuige van zijn geweest en over de privileges die we hebben gekregen. Soms zouden we willen dat we 'meer onderdrukt' waren, zodat we ons niet zo slecht hoeven te voelen over ons zelf.

Omdat onze onderdrukking de neiging heeft om onzichtbaar te zijn, zowel voor anderen als voor onszelf, wordt onze verinnerlijkte onderdrukking behandeld als een individuele pijn of individueel falen. Er wordt verondersteld dat ons geld en onze opleiding voldoende zijn om onze levens goed te maken. Als we terugkijken op onze jeugd (zo vol ontkenning) kunnen we ons vaak nauwelijks herinneren hoe zwaar het op menselijk vlak was. Ook kunnen we niet begrijpen wat de oorzaak is van onze huidige pijn en strijd en daarom moet het dus wel onze eigen fout zijn.

Onze worstelingen voelen onbelangrijk in vergelijking met diegenen die de 'werkelijke' onderdrukking het hoofd moeten bieden. Dus het voelt alsof wij niets zouden moeten vertellen over onze moeilijkheden. Dat wij geen aandacht zouden moeten vragen of aanspraak zouden moeten maken op hulpbronnen. En dat we geen hulp zouden moeten vragen.

Ons schuldig voelen over middenklasse-zijn en de angst om aangevallen te worden als onderdrukkers, kan ons onwillig maken om het middenklassebevrijdingswerk binnen HC op ons te nemen. Besluiten om je te identificeren als middenklasser kan voelen alsof je het besluit neemt om een onderdrukker te zijn. Voor diegene onder ons met ouders uit de arbeidersklasse, kan het voelen alsof je ze 'opzij' zet. Juist omdat er binnen HC meer helderheid is over klasse-onderdrukking, zullen we proberen onze uiterlijk vertoon als middenklasse weg te stoppen en zoeken naar uitwegen om onszelf arbeidersklasse te noemen. Eigenlijk is dit juist, maar de aantrekkelijkheid om je alleen maar als arbeider te identificeren geeft meer onze angst weer dan ons werkelijke begrip.

Net zoals vernedering, schaamte, minachting en andere ingewikkelde emoties, is schuld het best te begrijpen vanuit het perspectief van pijn. Als we ons schuldig voelen over ongelijkheid, geloven we onterecht dat het onze schuld is en dat we daarom slecht zijn. Het pijnpatroon moet worden tegengesproken. Klasse-onderdrukking is niet onze fout, ook al hebben onze handelingen in het verleden daartoe bijgedragen. We blijven helemaal goed. Dan kunnen we de schuld van ons afwerpen door verdriet te ontladen en woede over het onrecht, het effect op ons en op anderen, en onze ongewilde rol in het geheel.

We doen alsof

Anderen valt het vaak op dat de middenklasse 'doet alsof'. Dit kan in werkelijkheid een verscheidenheid aan dingen zijn. Soms kan het zijn dat onze verwarring maakt dat we doen alsof alles goed is. We lijken dan oppervlakkig. Andere keren worden we ernaar toegetrokken om onecht en aangepast te handelen om buiten angst, aanvallen of afkeuring te blijven. Onbewust kan dit ertoe leiden dat we echte, dringende onderwerpen negeren.

In HC kunnen we druk bezig zijn met het opgeven van 'doen alsof' om geaccepteerd te worden. In plaats van te ontladen over ons 'doen alsof', proberen we 'echt te doen' en lopen daarin vast. Wat anderen zien als ons 'doen alsof' geeft over het algemeen aan dat we ons slecht voelen.

Binnen dit patroon zijn we zo gewend geraakt om dat te proberen waarvan we denken dat dat van ons verwacht wordt, dat we de mogelijkheid verliezen om er gewoon te zijn en ons ware zelf te laten zien. In plaats van ons echt te verbinden met mensen, proberen we ons 'op de juiste manier' te gedragen. Onze worstelingen zijn vaak onzichtbaar, omdat zij worden gezien als teken van succes in de onderdrukkende maatschappij: we komen competent over. De meeste van ons hebben het onder de knie gekregen om eruit te zien alsof 'er niets aan de hand is' met ons. We proberen ons ongemak, onze verwarring, verlegenheid, angst en andere worstelingen te verbergen omdat we niet verwachten dat er iemand bij ons zal blijven of ons zal willen, laat staan ons zal helpen. We 'acteren' om mensen geïnteresseerd te houden of om geaccepteerd te worden. Helaas is het precies ons acteren zonder ons zelf te laten zien, wat het moeilijk maakt om in onze buurt te zijn en het verpest onze relaties met arbeidersklassemensen. Onze 'kalmte' maakt het voor mensen moeilijk om te interpreteren wat er in ons omgaat of om onze worstelingen te zien.

Geestelijke-gezondheidsonderdrukking, met haar druk om je aan te passen bij wat 'normaal' is versterkt het 'doen alsof' en moedigt ons aan om gevoelloos te zijn en ons gevoel te ontkennen. Velen van ons doen dit door middel van verschillende verslavingen, zoals alcohol, drugs, televisie, computerspelletjes, surfen op het web en winkelen. Veel van onze verslavingen, zoals bijvoorbeeld te hard werken, worden niet herkend of serieus genomen als zijnde beschadigend.

Mensen binnen HC beschuldigen ons soms van middenklasse -'doen alsof' en maken onze patronen belachelijk. Wijzen, beschuldigen of bespotten van middenklassepatronen is niet bevorderlijk, en is nooit de vervanging voor het aanbieden van werkbare tegenspraken.

We blijven geïsoleerd

Vanwege ons isolement als kind kan het moeilijk zijn om op te merken dat er iemand voor ons is. We zijn opgegroeid met het gevoel ons verantwoordelijk te voelen en onszelf te waarderen op grond van hoe goed we dingen deden en problemen oplosten, maar niet om hulp, ondersteuning of samenwerking te verwachten. Vaak voelden relaties zo zwaar dat het makkelijker leek om het alleen te doen. Soms hebben we er misschien op aangedrongen om te doen wat we dachten dat goed was, geïsoleerd van en tegen de rest van de wereld in. Dit maakt persoonlijke relaties moeilijk en het beïnvloedt ook onze inspanningen om sociale veranderingen te organiseren. Het kan zwaar voelen om uit te reiken en bondgenootschappen op te bouwen en te onderhouden. (Er is misschien wat overlap hier: met het rigide individualisme dat onderdeel is van de protestantse verinnerlijkte onderdrukking, met bezittende-klassemateriaal en met de ervaringen van mensen met imperialistische of kolonialistische achtergrond).

Isolement, net zoals competitie met andere middenklassemensen, kan mensen die werken in middenklassebanen belemmeren om zich als groep te organiseren.

We wedijveren en ‘kijken neer op’

We internaliseren gevoelens van superioriteit en voelen dat we, tenzij we beter zijn dan iemand anders, niet goed zijn. Er is een constante trek om onze status te vergelijken, onze bezittingen, onze prestaties, onze levensstijl, enzovoort, met die van anderen, om te zien wie er voorop ligt en wie er achterloopt. Als individuen wedijveren we eerder dan dat we samenwerken. Wedijver speelt ook tussen ons binnen HC, maar tot nu toe is er maar zelden openlijk gewerkt aan deze gevoelens.

We voelen ons onbeduidend als leiders

In ons leiderschap worstelen we constant met het gevoel onbeduidend te zijn. Terwijl middenklassers belangrijke rollen hebben gespeeld in bevrijdingswerk, lijkt het of wij onszelf niet zien als diegenen die een significant verschil maken. Dit is tegenstrijdig, omdat onze conditionering ons heeft verteld dat we belangrijker zijn dan sommige andere mensen. Hoe dan ook, omdat ons 'ertoe doen' was gebaseerd op het voldoen aan de verwachtingen, konden we op een menselijke manier nooit voelen dat 'we ertoe doen'.

 Groepen binnen de middenklasse

Verschillende groepen maken deel uit van de middenklasse, en iedere groep biedt het hoofd aan unieke vormen van middenklasse-onderdrukking. Momenteel weten we meer van sommige groepen dan van andere, en er moet nog veel werk gedaan worden om helder te krijgen wat het betekent om middenklasse te zijn én onderdeel van een andere onderdrukte groep. We kunnen dit illustreren met een klein aantal voorbeelden. 

De onderdrukking van gekleurde middenklassers

Wij gekleurde middenklasse mensen zijn niet een homogene groep. Sommigen van ons leven in het land van onze voorouders, wat in sommige gevallen een kolonie is of een voormalige kolonie. Sommigen van ons zijn inheems in door wit gedomineerde landen. Sommigen zijn afstammelingen van mensen die tot slavernij gedwongen werden. Sommigen zijn immigranten of nakomelingen van immigranten. Onze ervaringen als leden van de middenklasse varieert afhankelijk van deze en andere aspecten van onze achtergrond en identiteit. In dit deel richten wij ons op de ervaringen van gekleurde middenklassemensen in de door witte mensen gedomineerde landen.

Heel vaak ervaren we een diep isolement. Onze acceptatie als volledige leden van de door witte mensen gedomineerde middenklassegroepen is afhankelijk van het ons zelf afscheiden van de gekleurde mensen van de arbeidersklasse en gekleurde arme mensen. We dienen als voorbeeld van wat andere gekleurde mensen kunnen bereiken als zij zich correct gedragen, hard genoeg werken en niet lui zijn. Hierdoor zijn velen van ons opgegroeid met haatgevoelens naar onszelf en naar elkaar vanwege het feit dat we gekleurde mensen zijn. Eenmaal deel van, en onder voorwaarde geaccepteerd door witte mensen worden we symbolisch ingezet en gebruikt als een wig om gekleurde gemeenschappen van elkaar te scheiden.

Middenklassers van Afrikaanse afkomst uit de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, is verteld dat zij verantwoordelijk zijn voor het 'verheffen van het ras'. Het doel is om 'wit' te zijn of om ‘acceptabel’ te zijn voor witte mensen. Het is ons mogelijk verteld dat we niet 'echt' leden zijn van onze raciale en etnische groepen. Termen als 'wit handelen', 'te zwart zijn', enzovoort, komen vanuit onze geïnternaliseerde onderdrukking en scheiden ons van de rest van onze mensen.

Voor sommige van ons sluiten de middenklasseboodschappen aan bij de boodschappen die we meekregen van onze culturele afkomst. In vele Aziatische immigrantengemeenschappen, bijvoorbeeld, hebben we geleerd om te streven naar middenklasse-zijn, om de familiestatus en -financiën zo snel mogelijk te verbeteren. (We moeten succesvol zijn voor de gehele familie, inclusief onze voorouders). In de door witte mensen gedomineerde landen worden vele Aziatische middenklassers gedwongen zich aan te passen, door onze taal, accenten, kleding, en voeding op te geven. En wij moeten er zo veel als mogelijk uit zien als witte middenklassemensen. In het bijzonder worden onderwijs, diploma's en dat soort kwalificaties gezien als een weg omhoog en eruit. Ons is verteld voorzichtig en stil te zijn.

De druk om je aan te passen is een belangrijk onderdeel van de onderdrukking van de gekleurde middenklassemensen. Soms heeft aanpassen een overlevingswaarde, maar dit gaat ten koste van de verbondenheid met de eigen mensen, de eigen cultuur en de eigen menselijkheid. Ons is verteld om te integreren, geen beroering te veroorzaken en onszelf ‘niet te veel’ te laten zien. We staan onder druk om fysieke veranderingen aan ons lijf te ondergaan: haren steil maken, huid bleken, vermijden van donkerder worden in de zon, uithongeren of overeten om aan de reclame te voldoen, kosmetische ingrepen ondergaan (van onze ogen, neuzen, heupen, lippen), enzovoort. Velen van ons zijn opgegroeid in witte buitenwijken en werden vrienden met witte mensen of kozen witte partners. We zijn er vaak van beschuldigd dat we onze eigen mensen en cultuur hebben opgegeven.

De boodschap die we krijgen is dat we kunnen ontsnappen aan de directe effecten van racisme door middenklasse te zijn en meer geld en goed te vergaren. Witte mensen worden een valse 'veilige plek' vanwege onze geïnternaliseerde onderdrukking. We zullen misschien 'kiezen' om met witte mensen te zijn, op school, waar we wonen, in zaken, in huwelijken, enzovoort, omdat we geloven dat wat zij hebben beter is en dat daaruit ons succes blijkt. Vaak worden we in buurten geduwd waar we de enige of een van de weinige gekleurde mensen zijn. We worden gedwongen te kiezen tussen 'omhoogklimmen op de ladder' of in contact te blijven met onze mensen.

We kunnen het gevoel hebben dat we moeten concurreren met gekleurde mensen vanwege de beperkte middelen. We worden ook aangemoedigd om als onderdrukkers naar onze eigen mensen op te treden. Onze pogingen, als gekleurde mensen, om de witte-middenklassestandaarden van goed gedrag aan anderen op te leggen, of deze standaarden te gebruiken om discriminatie te rechtvaardigen, worden niet herkend als racisme.

Onze successen worden als bewijs aangevoerd voor het afwezig zijn van racisme. In feite is het racisme veel verraderlijker, omdat het moeilijker te achterhalen is in een middenklasse-omgeving, waar het de vorm aanneemt van uitsluiting en druk om je aan te passen in plaats van openlijke discriminatie en mishandeling. Veel witte middenklassemensen zien zichzelf, hun buurten, hun scholen en hun werk als niet-racistisch (en op dit terrein superieur ten opzichte van de arbeidersklasse).

Vanwege de uitsluiting van de meeste gekleurde mensen worden wij als gekleurde middenklassers in de rol van woordvoerders en presentatoren gedrukt. Als resultaat verliezen we het contact met wie we zelf zijn en met onze eigen behoeften. Om onszelf te bewijzen, werken we te hard en hebben we niet genoeg rust en plezier in ons leven. We twijfelen continu aan onze eigen intelligentie en die wordt in twijfel getrokken door de mensen om ons heen.

Als aangepaste gekleurde mensen wordt er van ons verwacht dat wij verantwoordelijk zijn voor witte mensen als het gaat om hun racisme en de ongemakkelijke gevoelens die ze daarbij hebben. Als dat gebeurt, neigen wij ertoe om onze eigen doodsangst, woede en schaamte over racisme te negeren en in plaats daarvan te intellectualiseren. Dit proces isoleert ons van onze eigen mensen en van onze witte gesprekspartners.

De onderdrukking van de Joodse Middenklasse

De middenklasse-onderdrukking en de anti-Joodse onderdrukking zijn verstrengeld in die zin dat van welke klasse Joden ook zijn, zij verkeerd voorgesteld worden als de directe onderdrukkers in de samenleving. En Joden worden ook tot zondebok gemaakt als de directe onderdrukkers. Wij Joden krijgen de boodschap dat we aan de anti-Joodse onderdrukking kunnen ontsnappen door succesvol en daardoor onmisbaar te zijn voor de samenleving in zijn geheel.

Ten tijde van het feodale systeem, maakte de combinatie van beperkingen in het uitoefenen van een beroep en een gebrek aan permanent burgerschap dat er beperkte mogelijkheden beschikbaar waren voor Joden. Eeuwenlang hadden Joden geen thuisland en kregen toestemming om in een bepaald land voor een beperkte tijd te wonen op voorwaarde nuttig te zijn voor de overheersers. Hoewel vele Joden tot de arbeidersklasse behoorden dan wel arm opgegroeid waren, is er sinds het begin van het kapitalisme een onevenredig groot aantal Joden in Westerse landen geweest die zichtbare middenklasse- en hogere-klasseposities bezetten: advocaten, leerkrachten, hulpverleners en zakelijke leiders, om een paar voorbeelden te noemen. Joden inden belasting, leenden geld uit tegen rente en verrichtten andere taken in de rol van tussenpersoon en waren daarmee zichtbaar als vertegenwoordigers van de onderdrukking. Toen er economisch slechte tijden aanbraken, en de meerderheid van de bevolking daaronder leed, zijn Joden als schuldigen aangewezen en tot zondebok gemaakt. Joden werden gebruikt om de ongelijke verdeling van middelen in de maatschappij, die veroorzaakt werden door het systeem, te verdoezelen. Joden werden het doelwit van de haat en frustratie van de massa, waarmee de vijandigheid richting de heersers werd afgewend. De heersers die in feite systematisch zowel Joden als niet-Joden slecht behandelden.

De neiging naar opwaartse mobiliteit is een patroon waarbij Joden veiligheid zoeken door middel van rijkdom en/of samenwerking met de machthebbers, daarbij iedere keer hopend om onmisbaar genoeg te worden of geïntegreerd genoeg om uitstoting of geweld te voorkomen.

Onze acceptatie als volwaardige leden van middenklassegroepen hangt ervan af of we ons cultureel afscheiden van het soort Joods-zijn dat wordt gezien als 'te luidruchtig' of 'te extreem'. Het is ons toegestaan dat we ons mengen in een niet-Joodse middenklasse-omgeving als we ons niet 'te Joods' gedragen. Zo hebben veel bevrijdingsbewegingen Joden als lid die weinig binding hebben met lokale synagogen en Joodse gemeenschappen. En of ze welkom zijn in die bevrijdingsbewegingen is afhankelijk van het onzichtbaar-zijn als Joden.

Een staat van chronische en diepgewortelde onzekerheid is de kern van de verinnerlijkte onderdrukking van middenklasse-Joden. Deze onzekerheid stamt uit de geschiedenis van het herhaaldelijk bedreigd worden van de overleving van het Joodse volk. De inhoud van de verinnerlijkte onderdrukking is het gevoel dat ons hele bestaan afhankelijk is van het ons aanpassen aan de rol die we opgelegd krijgen (en bij gelegenheid was dat ook werkelijk zo). Dit samen met de verwachting dat we zo gemakkelijk afgewezen, beschuldigd en gehaat worden, dat geen enkele mate van aanpassing onze veiligheid kan garanderen.

De onderdrukking van jonge mensen in de middenklasse

We zijn niet als middenklasser geboren. Zoals alle jonge mensen zijn we vrij van remmingen geboren, zijn we geboren met de wens om fysiek nabij, speels en creatief te zijn, en wetend we dat we goed zijn. Het is uitermate verwarrend voor ons als onze ouders ons proberen ‘op de juiste manier’ op te voeden in plaats van dat ze zichzelf zijn, wat alles is wat we van ze nodig hebben. Onze ouders lijken vaak een afkeer te hebben van wie wij in onze kern zijn. Ze willen dat wij minder speels, minder rommelig, minder uitgelaten en minder gepassioneerd zijn, en dat wij meer voorzichtig en beheerst zijn. Ze lijken voorkeur te hebben voor 'goed gedrag' boven dat we onszelf zijn, en dit ondermijnt ons oorspronkelijk vertrouwen in onze goedheid. Onze ouders lijken vaak meer waarde te hechten aan materiële zaken, status en prestaties dan aan relaties, inclusief hun relatie met ons. Als we opgroeien, staan we onder druk om onze volwassenheid te laten zien door dit te accepteren.

Andere aspecten van onze onderdrukking zijn al eerder in dit document beschreven. De onderdrukking van de huidige generatie jonge mensen is belangrijk omdat deze gestopt kan worden.

De onderdrukking van middenklassevrouwen en –mannen

Bij de belangrijkste instituties voor mannenonderdrukking, zoals werk en leger, komt klasse om de hoek kijken, omdat de hiërarchische bevelstructuur nauw samenhangt met klasse. Veel aspecten van de conditionering van mannen vertonen gelijkenis met de schade die is aangebracht door klasse-onderdrukking en maken die nog sterker. In werk en privéleven wordt ons geleerd om succes gelijk te stellen aan een hoge status. We waarderen onszelf (en verwachten te worden gewaardeerd) voor wat we hebben bereikt in termen van welvaart, inkomen, of een carrière, of doordat we leiding geven aan anderen ('beter dan'), in plaats van dat we onszelf waarderen voor onze aangeboren menselijkheid. Te hard werken houdt ons weg van het gezinsleven, of als we al fysiek aanwezig zijn, houdt het ons in gedachten bezig.

Klasse komt ook om de hoek kijken bij alle instituties waar vrouwen onderdrukt worden (inclusief de schoonheidsbranche). Zowel de onderdrukking van vrouwen als van middenklassers legt de nadruk op uiterlijk, aanpassingsgedrag en op het soepel laten lopen van dingen. Zelfs seksualiteit en het samenzijn met kinderen kunnen kwesties van presteren worden ('het juiste doen'), in plaats van dat het gaat om de nabijheid. (Een enorme sector van de tijdschriftenmarkt versterkt deze onderdrukking). Als middenklassevrouwen worden we onder druk gezet om onopvallende, elegante, dure make-up en kleren te dragen, een mooi huis te hebben en om kinderen voort te brengen die zich goed gedragen en succesvol zijn. Op hetzelfde moment kan onze middenklasseconditionering ertoe leiden dat we niets zeggen over huwelijksproblemen en ook niet over huiselijk geweld. Het kan zwaar zijn om voor onszelf op te komen en om integer te handelen. Werkende vrouwen en zij die thuisblijven bij de kinderen kunnen van elkaar gescheiden worden door gevoelens van 'beter dan' of 'minder dan'. Als vrouwen werk en gezin combineren, kan het zijn dat we arbeidersvrouwen inhuren om het schoonmaakwerk en de zorg voor de kinderen te doen, tegen relatief lage lonen vergeleken bij wat we zelf verdienen.

Andere groepen in de middenklasse

De onderdrukking van veel andere groepen heeft raakvlakken met die van de middenklassers. De druk om je aan te passen, bijvoorbeeld, versterkt de geestelijke-gezondheidsonderdrukking en de onderdrukking van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Hier is geen ruimte om al deze middenklassegroepen en hun specifieke vormen van onderdrukking te bespreken. Maar als we willen begrijpen hoe we van elkaar gescheiden zijn en wat we moeten doen om dit bevrijdingswerk samen te doen, is het nodig dat we experts worden op wat er speelt voor al deze groepen binnen de middenklasse.

Enkele strategieën om met de onderdrukking om te gaan

Mensen uit de middenklasse hebben verschillende strategieën gebruikt om om te gaan met onderdrukking en met verinnerlijkte onderdrukking. Twee factoren bepalen of een strategie doeltreffend is of niet. De eerste bepalende factor is dat het bewustzijn van klasse-onderdrukking deel moet uitmaken van die strategie. Daarnaast is er een gerichtheid om de wereld te veranderen nodig.

Liefdadigheid

Mensen uit de middenklasse worden vaak aangemoedigd om ongelijkheid aan te pakken via liefdadigheid. Liefdadigheidswerk kan een eerste stap zijn om meer te weten te komen over de realiteit van onrechtvaardigheid en de behoefte aan systematische verandering. Maar liefdadigheid is beperkt, want ondanks de sterke betrokkenheid van de mensen die het liefdadigheidswerk doen, gaat liefdadigheid er meestal foutief van uit dat ongelijkheid onvermijdelijk of verdiend is. Liefdadigheid kan ook betekenen dat de gevers op een bepaalde manier beter zijn dan de ontvangers, of dat de ontvangers meer op de gevers zouden moeten lijken. Zoals je zou kunnen begrijpen, houden ontvangers niet van betuttelende weldoeners. Liefdadigheid is erop gericht om problemen te verhelpen zonder het systeem aan de kaak te stellen dat het probleem veroorzaakt. Enkele mensen kunnen zich daardoor beter voelen over degenen die het minder goed hebben, terwijl de maatschappij wordt vrijgesteld van het doorvoeren van de noodzakelijke drastische veranderingen.

Een middenklassepatroon zegt dat het enige wat we aan waarde te geven hebben, datgene is waar wij macht over hebben: geld, informatie, onze contacten met instanties en onze capaciteiten. In plaats van dat we onszelf geven. Het delen van middelen in het kader van het bouwen aan echte relaties met mensen met wie we werken, is een stap in de richting van het tegenspreken van de ongelijkheid die ligt besloten in het idee van liefdadigheid.

Persoonlijke groei

We kunnen 'persoonlijke ontwikkeling' najagen, waarbij we genoegen nemen met ons goed voelen over onszelf en niet de behoefte of de mogelijkheid zien om het onderdrukkende systeem te veranderen. We nemen deel aan bewegingen of praktijken die vaak het persoonlijk welzijn verbeteren, maar die een breed perspectief op onderdrukking missen.

Alternatieven zoeken voor de middenklasse

Gevoelens over middenklasse-zijn kunnen ertoe leiden dat we uit gebruikelijke organisaties en manieren van leven stappen, ten gunste van een alternatieve levensstijl. Sommigen van ons proberen een leven te leiden vrij van 'typische' middenklasseverplichtingen en -verlangens. Zulke individualistische oplossingen zouden ons kunnen beschermen tegen de irrationaliteit die we hebben opgemerkt, maar ze stellen de verinnerlijkte onderdrukking en het systeem op zich niet aan de kaak. Of zulke keuzes nuttig zijn of onzinnig, hangt grotendeels af van de vraag of ze gebaseerd zijn op pijnlijke emoties. Schuldgevoelens, of een hekel hebben aan het bij de middenklasse horen, zijn voorbeelden van drijfveren die niet zo nuttig zijn.

In het zoeken naar alternatieven voor de middenklasse, kunnen we proberen te ontdekken wat 'precies goed' is. Wat is de juiste hoeveelheid geld om te verdienen? Welke bezittingen mag je hebben? Hoe zou onze levenswijze eruit moeten zien? We richten ons op het vinden van het juiste 'recept'. Terwijl we dit doen, blijkt nog steeds dat we ons vooral druk maken over uiterlijke schijn.

Soms maakt een alternatieve leefstijl deel uit van een bredere beweging voor sociale verandering, zoals bijvoorbeeld de milieubeweging. Hieronder bespreken we middenklassenbewegingen als onderdeel van de uitdagingen waar de middenklassenbevrijding voor staat.

De voornaamste uitdagingen van middenklassebevrijding

In toenemende mate wordt de kapitalistische samenleving onwerkbaar. Wereldwijd komt er steeds meer ongelijkheid. Dit gaat gelijk op met sociale desintegratie en verwoesting van het milieu. Zonder dat we er iets voor hoeven te doen zal het huidige economische systeem door eigen toedoen in elkaar storten. De uitdaging voor ons is om een slagvaardige rol te spelen in het aanpakken van de vernietigende effecten van deze processen. Uiteindelijk bestaat onze bevrijding uit het opbouwen van een samenleving die zo is georganiseerd dat voldaan wordt aan rationele menselijke behoeften, zonder dat één groep wordt uitgebuit ten koste van een andere groep.

Op veel kortere termijn houdt bevrijding in dat we ons van onze verinnerlijkte onderdrukking bevrijden, zodat we met meer daadkracht kunnen optreden om een eind te maken aan klasse-onderdrukking.

De werkelijkheid is dat we geen echte zekerheden hebben binnen het klassensysteem. We zijn net zo kwetsbaar als ieder ander. Telkens wanneer het kan worden middenklassebanen wegbezuinigd. Dit gebeurt steeds vaker. Het is in ons eigen belang om het klassensysteem, dat ons nu tot slaven maakt via omkoping en bedreiging, de wereld uit te helpen. We moeten ons volledig inzetten voor het beëindigen van klassisme, voor onszelf en voor anderen. Dit houdt in dat we ophouden met onze belangen gelijk te stellen aan die van het kapitalistische systeem en dat we ophouden ons op een geconditioneerde manier druk te maken over financiële zekerheid en comfort.

Als we middenklassenbevrijding nastreven vanuit gevoelens van verplichting of schuld kan het hard werken worden. In eerder werk op dit gebied is het wel gebeurd dat mensen hebben geprobeerd om boven op hun (zelden tegengesproken) gevoelens te functioneren, n.l. het gevoel niet van jezelf of van andere middenklassers te houden. Het is de verdienste van de leiders uit de beginperiode dat zij doorgegaan zijn, en het is niet verbazingwekkend dat sommige mensen zich alleen voelden of gestopt zijn.

Bij het werken aan bevrijding is het belangrijk dat we beginnen met de aandacht voor waar we zijn, in plaats van waar we vinden dat we zouden moeten zijn. Dit betekent dat we eerlijk en realistisch moeten zijn over de werkelijkheid van ons leven en onze pijn. Een aantal uitdagingen vallen op als je dit werk doet:

1. Onze goedheid terugpakken.

Opnieuw verbinding maken met onze aangeboren menselijkheid is de basis voor middenklassebevrijding. Dit betekent dat we trotse middenklassers zijn en laten zien dat we blij zijn met onszelf, gewoon zoals we zijn (bijvoorbeeld: we zijn helemaal goed, helemaal onschuldig, helemaal de moeite waard en volledig krachtig, intelligent, spontaan, we houden van lol maken, we zijn om van te houden en zijn dapper en boeiend). Geen enkel negatief kenmerk dat ooit geassocieerd is met mensen uit de middenklasse heeft ook maar iets te maken met onze aangeboren aard. Ze zijn allemaal het gevolg van onderdrukking. Wij zijn in orde.

Het weer contact maken met onze aangeboren goedheid en met die van alle mensen uit de middenklasse is cruciaal voor onze wederopbloei. Het betekent dat we opmerken welk deel van onze menselijkheid we vast hebben kunnen houden. Het betekent dat we ons kunnen realiseren dat we niets hoeven te doen om ons bestaan te rechtvaardigen. Er is geen speciale manier waarop we moeten ‘zijn’ om ons waardevol te voelen. We hoeven niet in een betere conditie te zijn dan we zijn om ons goed over onszelf te voelen. Er is geen verwarring die we niet zouden moeten hebben om van onszelf te kunnen houden. Met een duidelijk beeld van onze goedheid en die van andere middenklassers, kunnen we beter omgaan met de manier waarop klasse-onderdrukking invloed op ons heeft gehad.

Als we de twijfels over onze goedheid niet hebben ontladen, dan hebben we de neiging dit te compenseren met liefdadigheidswerk en dergelijke. De echte oplossing is om onze goedheid terug te pakken en om mensen in ons leven te hebben waarmee wij van nature verbonden zijn. Als we dit doen dan krijgen we ook onze passie terug. Herstelde passies uit de kindertijd (die met voeten getreden werden tijdens het proces om ons 'netjes' te laten gedragen) zullen een sterke basis vormen voor het bevrijdingswerk.

2. Onszelf laten zien

Een ander belangrijk stuk van het bevrijdingsproces is om te leren hoe we onszelf kunnen laten zien: onze menselijkheid, onze worstelingen en onze kwetsbaarheid. We zijn vaak zo hard bezig om ons fatsoenlijk te gedragen dat we niet eens opmerken hoe we ons voelen. Als we niet in contact zijn met wat we voelen, kunnen we het ook niet ontladen. Als we onszelf niet laten zien aan anderen, kunnen we niet echt nabij zijn.

Achter ons 'doen alsof' en onze uiterlijke schijn van 'je goed voelen', zit bij de meesten van ons een gevoel van gebroken te zijn en een gevoel van onherstelbare beschadigingen. We hebben het moeilijk, maar we houden dat verborgen. Leren om die worstelingen te laten zien en te ontladen, betekent dat we anderen kunnen laten zien hoe onbeholpen, opgelaten, bang, onzeker, verward en geïsoleerd we ons eigenlijk voelen, zonder dat we daarbij iets doen om die anderen gerust te stellen. In plaats van onze gevoelens te verbergen, zullen we merken dat we niet alleen zijn en kunnen we ontladen over hoe slecht we ons voelen. Op deze manier krijgen anderen onze menselijkheid, kwetsbaarheid en goedheid te zien.

3. Het claimen van onze identiteit

Een ander belangrijk deel van het bevrijdingsproces is het claimen van onze identiteit als middenklassers. (Als mensen met een huidige middenklassebaan of -levensstijl zich alleen blijven identificeren als mensen uit de arbeidersklasse, dan blijft hun verinnerlijkte middenklasse-onderdrukking intact. Dit is voor hen persoonlijk niet bevorderlijk en ook niet voor het klassebevrijdingswerk in het algemeen). Zoals met alle door de maatschappij opgelegde identiteiten, zou het kunnen helpen om dit als een 3-staps proces te zien:

Het claimen van de middenklasse identiteit. We erkennen onze middenklasse-achtergrond en/of onze huidige middenklasselevensstijl. Wij vertellen bijvoorbeeld over wat er zo goed is aan middenklasser-zijn, over onze rollen als middenklassers, over hoe we opgevoed zijn en over ons werk, over wat we leuk vinden van onszelf en van andere middenklassers.

Het opschonen van de middenklasse-identiteit. We vertellen over wat zwaar en lastig was aan het middenklasser-zijn; we kijken naar hoe we meegewerkt hebben aan de onderdrukking en hoe we ons ernaar gedragen hebben. We ontladen over de verwarring, het isolement en de pijn die verbonden is aan de middenklasse. Vooral de manier waarop wij het 'doen alsof' hebben verinnerlijkt, maakt het belangrijk om te kijken naar hoe zwaar wij vroeg in onze levens zijn onderdrukt en hoeveel verdriet, woede, teleurstelling en verachting we moesten onderdrukken om te overleven.

Het afwerpen van de middenklasse identiteit. We stoppen met onszelf te definiëren als middenklasse en pakken onze relatie met de mensen uit de arbeidersklasse terug, en met onze gemeenschappelijke menselijkheid. (We kunnen de beschrijving die anderen voor ons gebruiken als zijnde 'middenklasse' nog wel accepteren). We verliezen nooit iets van onze aangeboren menselijkheid als we een identiteit opgeven. Als we de pijn ontladen die met de identiteit verbonden is, verliest die haar betekenis als een kernpunt van wie we zijn. Dit wordt mogelijk als we het werk doen om deze identiteit op te schonen.

4. Opbouwen van hechte relaties met mensen uit de arbeidersklasse

Als we dit contact met onszelf kunnen herwinnen, zullen we merken hoe ons leven kleiner is geworden omdat we zijn afgescheiden van de mensen om ons heen, speciaal van de mensen uit de arbeidersklasse. Onze bevrijding betekent ook dat we alles gaan ontladen wat in de weg staat om hechte relaties met mensen uit de arbeidersklasse op te bouwen, en dat wij stappen moeten zetten om het van elkaar gescheiden zijn te beëindigen.

Omdat de worstelingen die we aangaan ons vaak niet direct als persoon of in materiële zin raken, kunnen we ze opgeven als we ontmoedigd raken, zonder daarvoor gestraft te worden. Ditzelfde patroon kan er ook voor zorgen dat wij de neiging hebben om ons terug te trekken uit relaties die lastig of overweldigend voelen. Wij moeten vechten om relaties met mensen uit de arbeidersklasse te behouden. Laat de dingen maar rommelig worden en zoek het uit. Om door de moeilijkheden heen te komen, moeten we ons bewust worden van de manieren waarop het klassisme gelijkwaardige relaties met mensen uit de arbeidersklasse in de weg staat. We moeten over deze manieren ontladen en ze beëindigen.

5. Ondersteunen van het leiderschap van mensen uit de arbeidersklasse

Naast het opbouwen van hechte relaties betekent dit werk ook dat je het leiderschap van mensen uit de arbeidersklasse binnen en buiten HC ondersteunt. Dit zal vaak betekenen dat je een stap opzij doet als het gaat om formele leiderschapsposities, zodat het leiderschap van mensen uit de arbeidersklasse ruimte krijgt om te ontwikkelen. Hoewel individuele middenklassers soms erg helder kunnen zijn als het gaat om klasse-onderdrukking, worstelen we als groep vaak met verwarring en verlegenheid die ons leiderschap in de weg staan. Om onze helderheid en vastberadenheid te ontwikkelen is het nodig om nauw verbonden te zijn met mensen van de arbeidersklasse en moeten wij bereid zijn om door hen geleid te worden in de strijd voor bevrijding.

Wij kunnen krachtige bondgenoten van mensen uit de arbeidersklasse zijn. We kunnen ze het beeld voorhouden van hun intelligentie en kracht en ze helpen om toegang te krijgen tot bronnen die hun werden onthouden. Wij kunnen onze eigen vaardigheden als leiders inzetten om mensen van de arbeidersklasse te ondersteunen om zichtbare leiders te worden, van ons en ook van mensen van de arbeidersklasse. Dit kan door hun denken te verspreiden, door dit te laten horen en door verantwoordelijkheid te nemen over hun levens en hun organisaties.

We zijn geneigd om een-op-een contact met mensen uit de arbeidersklasse op te zetten en terug te winnen. We moeten echter ook de uitdaging onder ogen zien om de middenklassers als groep te organiseren en zo achter het ondersteunen van mensen uit de arbeidersklasse te gaan staan. Dit heeft enorme gevolgen voor de toekomst van dit werk.

6. Gaan voor relaties met andere middenklassers

‘Middenklassers zullen welkom worden geheten als leden van een deel van de arbeidersklasse, maar van hen wordt verwacht dat zij de ideologie van hun eigen beweging opbouwen, organiseren en verhelderen. Zo kunnen zij vanuit hun eigen kracht en helderheid deel gaan uitmaken van de rest van de arbeidersklasse. En niet door te proberen zich eenvoudigweg te identificeren met blauwe boorden, met werken met je handen of met andere arbeiders.’ (Harvey Jackins)

Het komt wel eens voor dat wij willen opbloeien zonder ons geïsoleerd-zijn van andere middenklassers aan te pakken, en zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de wederopbloei van onze eigen groep. Het kan interessanter en bevredigender voelen om relaties op te bouwen met mensen uit de arbeidersklasse. Maar we kunnen nooit helemaal uit onze verinnerlijkte onderdrukking stappen, tenzij wij ook toegewijd achter andere middenklassers aan gaan. Dat geldt ook voor middenklassers die we niet uit kunnen staan, of diegenen die 'heel erg middenklasse zijn', of de mensen die vast zitten in het 'doen alsof'. In veel gevallen zijn dit gewoon mensen die het zwaarst zijn getroffen door onderdrukking. Het in de steek laten van andere middenklassers doordat we het opgeven, zorgt ervoor dat wij vast blijven zitten in een groot deel van onze onderdrukking. Het opbouwen van hechte relaties en vriendschappen met onze eigen mensen en het leiding nemen over middenklassebevrijding binnen HC en in vooruitstrevende middenklasse-organisaties buiten HC, zal al onze verinnerlijkte gevoelens uitdagen en zal onze relaties met mensen uit de arbeidersklasse verbeteren.

Werk maken van middenklassebevrijding omdat het zinvol is voor onszelf (en niet alleen vanuit een theoretisch idee of voor een andere groep) betekent: gaan voor de bevrijding van onze hele groep.

7. Eerlijk zijn over klasse en klassisme

Door ons respect voor de HC-theorie in het algemeen, herhalen we soms het jargon van de theorie over klassisme zonder het diepgaand of helder te begrijpen. We doen alsof we het begrijpen en we doen alsof we toegewijd zijn aan het beëindigen van klasse-onderdrukking, zonder dat we een echt idee hebben over hoe essentieel dit is voor onze eigen bevrijding en over hoe het ons leven zou kunnen beïnvloeden.

Het is nodig dat we onze kennis terugpakken over hoe het klassime werkt. En we hebben die kennis echt. We moeten onze verhalen vertellen over opgroeien in de middenklasse en over onze vroegste herinneringen waarbij we economische verschillen of klasseverschillen hebben opgemerkt. Het is nodig dat we ons herinneren hoe we gescheiden werden. We moeten vertellen over de boodschappen die we kregen over de mensen om ons heen. We moeten ontladen over waar wij pijn gedaan zijn door het klassisme én over hoe we ons feitelijk voelen over een klassenloze maatschappij.

Laten zien dat we het niet weten kan vernederend voelen (omdat de meesten van ons alleen waardering kregen wanneer we iets wisten). Het is onze uitdaging om eerlijk te zijn, in de eerste plaats naar onszelf, ook wanneer we er niet zeker van zijn, of het niet begrijpen. (Het is prima om toe te geven hoe weinig we begrijpen van klasse-onderdrukking. Onze strubbeling is gewoon nog een stukje pijnpatroon dat ontladen kan worden).

Het kan moeilijk zijn om vanuit het diepst van je hart in te stemmen met het beëindigen van klasse-onderdrukking, omdat wij onze voordelen kunnen verliezen, zeker diegenen onder ons die meer in het systeem hebben geïnvesteerd. Ook hier moeten we eerlijk in zijn. Als we de theorie niet begrijpen of ons niet toegewijd voelen aan bevrijding, zal eerlijkheid ons de mogelijkheid bieden om gevoelens van angst en verwarring te ontladen die ons in de weg staan.

8. Rationeel zijn over geld en rijkdom

Rationeel omgaan met geld betekent het opgeven van een leven dat gericht is op gemak en veiligheid. In plaats daarvan kunnen we ons richten op een groots leven. Dit betekent het verbreken van de banden met het materialisme en het vergaren van spullen, en het opgeven van onze verslaving aan comfort en veiligheid. Het betekent het veranderen van onze persoonlijke verhouding met het klassensysteem.

Een beginpunt kan zijn om te besluiten om genoegen te nemen met 'genoeg'. We moeten uitzoeken hoeveel genoeg is. Hoeveel geld, hoeveel werk, hoeveel consumeren, hoeveel tijd voor onszelf en voor onze gezinnen? Hoeveel zou genoeg zijn als die middelen binnen een gemeenschap gedeeld zouden worden? We moeten uitzoeken hoeveel 'genoeg' is in onze eigen omgeving en hoeveel 'genoeg' is op wereldniveau.

Welke van onze voordelen bestaan alleen omdat andere mensen de vruchten van hun arbeid wordt ontnomen? Welke van onze voordelen bestaan alleen omdat het milieu op een niet-duurzame manier wordt uitgebuit? Wat zijn aangeboren menselijke rechten die iedereen zou moeten krijgen en zou kunnen hebben? Welke van onze gemakken en mogelijkheden zijn eigenlijk de vervanging van middelen die van de gemeenschap of van het land zijn? Deze bronnen zijn opgebruikt en van ons afgenomen door de industriële maatschappij. Wij, mensen uit de 'eerste wereld', moeten luisteren naar mensen in andere delen van de wereld om zo een helder beeld te krijgen over geld, rijkdom en de (vanuit hun gezichtspunt) onwenselijkheid van sommige 'essentiële dingen' die we koesteren. Ons idee van 'genoeg' is erg vertekend door de consumptiebehoeften van het kapitalisme. Helderheid krijgen over dit alles vereist ontlading.

9. Zichtbare bevrijders worden in de wereld

In ons eigen belang en in het belang van de bevrijding van anderen is het nodig dat middenklassers opkomen voor een meer menselijke samenleving. Wij moeten zichtbaar worden als middenklasseleiders en als leiders van middenklassebevrijding. Als we dit werk doen, zullen de patronen om onzichtbaar te willen zijn, om ons terug te trekken achter formaliteiten, en om de machthebbers gerust te stellen, aan ons gaan trekken. Het zal zo nu en dan angstig voelen om zelf zichtbaar te blijven, omdat onze hele conditionering ons heeft geleerd om rustig en ingehouden te zijn. Onszelf verbinden aan zichtbaar-zijn, zal een tegenspraak zijn op onze bedeesdheid, onze angst, ons gevoel van er niet toe te doen en onze machteloosheid die we vaak voelen.

Als we dit doen, moeten we het risico nemen om het verkeerd te doen en om fouten te maken. Het is nodig dat we het risico nemen om ons gekrenkt en vernederd te voelen, een gevoel dat we te allen tijde proberen te voorkomen. Het is nodig dat we het risico nemen om ons uit te spreken ook al kunnen we niet zeggen waarom we denken dat iets verkeerd is.

Het is mogelijk om vanuit elke maatschappelijke positie op te treden tegen het kapitalisme, maar sommige posities zijn meer 'strategisch' dan andere. In middenklassesteungroepen is het nodig dat we nadenken over hoe het systeem werkt, onze plek daarbinnen, de reikwijdte van onze macht en onze potentiële rol bij het tot stand brengen van sociale transformatie. Als we vinden dat onze huidige sociale positie niet zoveel bewegingsruimte biedt als we zouden willen, dan kunnen we besluiten om die huidige positie te veranderen.

Leiding nemen houdt ook in dat je actief wordt in allerlei verschillende organisaties. Alternatieve bewegingen, zoals de milieubeweging en de vredesbeweging, hebben klasse-onderdrukking vaak niet begrepen, maar zij zijn zich wel bewust van andere vormen van onderdrukking en bedreigingen van de mensheid. Onze uitdaging is om hun beleid en hun programma's te verbreden zodat die vanuit een breder begrip meer laten zien hoe onderdrukking werkt. Gezien de grote rol die middenklassers spelen binnen deze bewegingen, is het belangrijk te bedenken hoe onze conditionering invloed heeft op onze rollen en relaties. En het is belangrijk dat we, gevoelens over middenklasse-identiteit ontladen als we dit soort werk doen.

Sommigen van ons kiezen ervoor om vanuit de gebruikelijke middenklasseorganisaties en -instituten te werken aan verandering. Zij proberen mensen te bereiken en te beïnvloeden waar ze zijn, zoals in vakbonden, bewonersverenigingen, politieke partijen en belangengroepen. De moeilijkheid hier is dat de meeste van dit soort organisaties er van uit gaan dat het kapitalisme in fasen hervormd kan worden zonder de kernwaarden of structuren ervan ter discussie te stellen. Om klasse-onderdrukking te beëindigen moeten we het middenklasse-idee, dat we het klassensysteem kunnen hervormen, verwerpen. In deze situatie is het begrip 'niet-hervormende hervormingen' bruikbaar. Dat betekent: hervormingen die veranderingen bewerkstelligen terwijl ze tegelijkertijd het bewustzijn vergroten, de organisatie doen groeien, leiderschap ontwikkelen en verwachtingen scheppen over een rationele maatschappij.

Zij die werken aan sociale verandering zijn al sinds tijden afgeleid en verdeeld geraakt door ruzie: of het beter en productiever is om vanuit bestaande organisaties te werken of om alternatieven te creëren. Beide zijn nodig. We moeten binnen bestaande instellingen werken om die te hervormen en ook nieuwe instellingen oprichten die volledig inclusief zijn en waar ieders bijdrage wordt verwelkomd. Mensen die de ene of de andere benadering nemen, zijn elkaars natuurlijke bondgenoten. Waar we ook werken aan sociale verandering, leiding nemen als middenklassebevrijders betekent de middelen en de energie van middenklasse-organisaties stroomlijnen naar meer rationele doelen. Het betekent ook actie ondernemen in het beëindigen van andere vormen van onderdrukking die middenklassers van elkaar gescheiden houdt. En het betekent ook dat we onze plek innemen met mensen van andere klassen, en trots zichtbaar zijn als middenklassers in een gemeenschappelijke strijd.

10. Bondgenootschappen sluiten met mensen van de bezittende klasse

In ons verlangen om hechte relaties op te bouwen met mensen uit de arbeidersklasse, kunnen we soms het denken over onze relaties met mensen uit de bezittende klasse verwaarlozen. Dit bondgenootschap is belangrijk voor het beëindigen van de verinnerlijkte onderdrukking van beide groepen, omdat het te maken heeft met het erkennen en het ontladen van diepe gevoelens die we hebben over elkaar. Gevoelens zoals: elkaar niet mogen, ons ongemakkelijk voelen bij elkaar, minderwaardigheid en superioriteit. Als we buiten de verinnerlijkte onderdrukking kunnen stappen, vinden we het gemakkelijker om te bedenken waar mensen uit de bezittende klasse vastlopen en kunnen we hen doortastend counselen aanbieden. Zij zullen op hun beurt een belangrijke rol spelen als bondgenoot voor ons.

11. Het beëindigen van racisme

Het beëindigen van racisme is cruciaal voor middenklassebevrijding.

Wij gekleurde middenklassers vormen de spil als het gaat om middenklassebevrijding. Een belangrijk doel is om gekleurde middenklassers alle middenklassers te laten leiden en niet alleen onze eigen groep van gekleurde middenklassers. Tegelijkertijd hebben we aanmoediging nodig om volledig deel te nemen aan de bevrijding van alle gekleurde mensen. Het is nodig dat wij onze eigen mensen volledig terugkrijgen en dat we zien dat we helemaal bij hen horen.

Wij witte middenklassers moeten hechte relaties aangaan met gekleurde mensen en ons realiseren dat zij ons verwelkomen. En we moeten accepteren dat wij onderweg fouten zullen maken. We zullen daardoor niet alleen onze racistische onderdrukkerspatronen tegenspreken, maar ook de verinnerlijkte middenklasse-onderdrukking afbreken. Het zal nuttig zijn om toe te geven waar het moeilijk wordt en waar we niet meer weten wat we moeten doen, en om veel te ontladen over patronen van superioriteit.

12. Het beëindigen van anti-Joodse onderdrukking (Antisemitisme)

De aanwezigheid van een zondebok fungeert als een uitlaatklep die essentieel is voor het in stand houden van klasse-onderdrukking. Het beëindigen van de onderdrukking van Joden betekent Joden weghalen uit die historische rol. Racisme moet ook beëindigd worden zodat de ene onderdrukte groep niet vervangen wordt door een andere groep in diezelfde ‘zondebok’-rol.

Als we starten met het beëindigen van de onderdrukking van Joden, moeten wij, niet-Joodse middenklassers, het gevecht aangaan met het gevoel om ons terug te willen trekken en ook met het gevoel dat sommige worstelingen té moeilijk zijn om uit te zoeken. Hechte relaties tussen Joden en niet-Joden en zichtbare toewijding om anti-Joodse onderdrukking te beëindigen, zijn uitstekende manieren om middenklasse-isolement en -schuchterheid uit te dagen. Deze hechte relaties helpen ons om onder ogen te zien dat we geneigd zijn om ons aan te passen en dat we ook vinden dat anderen zich aan zouden moeten passen.

Het is nodig dat wij middenklasse-Joden ontladen over de verinnerlijkte onderdrukking die al generaties lang is doorgegeven en die ons doet geloven dat antisemitisme onvermijdelijk is, of dat het aanwijzen van een zondebok 'normaal' is. We moeten weten dat we de spil vormen voor de bevrijding van de middenklasse en dat echte veiligheid gebaseerd is op relaties, niet op bezittingen.

13. De bevrijding van jonge mensen oppakken.

De uitdaging voor jonge middenklassers is om ‘nee’ te zeggen tegen een klein, bekrompen leven en ook tegen de starre beperkingen in relaties met mensen met wie we hecht verbonden kunnen zijn. Het is nodig dat we tijd nemen om dingen uit te proberen en om doordachte beslissingen te nemen. We moeten trouw blijven aan integriteit, spontaniteit, idealen, interesses en genieten van het leven.

Het is nodig dat volwassen bondgenoten jonge mensen aardig vinden en in hen geloven. In het streven naar een grote visie kunnen eigen inspanningen om een bevredigend, vreugdevol en principieel leven te bevechten een belangrijk voorbeeld zijn.

14. Vrouwen- en mannenbevrijding oppakken

Veel middenklassers (vrouwen en mannen) zijn in staat geweest te begrijpen dat zowel seksisme als mannenonderdrukking tegen ieders menselijk belang ingaat. Om tot effectief bevrijdingswerk te komen is het belangrijk om te erkennen hoe vrouwenonderdrukking, mannenonderdrukking en middenklasse-onderdrukking met elkaar vervlochten zijn en elkaar wederzijds versterken. En hoe middenklasse-onderdrukking en verinnerlijkte onderdrukking de omvang en effectiviteit van zowel de vrouwen- als de mannenbevrijding kan beperken.

15. Het beëindigen van andere vormen van onderdrukking

In elk land ziet het klassensysteem er net even anders uit en er zal dus een speciale eigen vorm van verinnerlijkte middenklasse-onderdrukking zijn om te ontladen. Er is specifiek werk te doen als het gaat om alle vormen van onderdrukking die raken aan de middenklasse-onderdrukking. Als moeders, vaders, vrouwen en mannen, als jonge en oude mensen en als mensen in bepaalde beroepen of in noodzakelijk maar onbetaald werk, beïnvloedt de onderdrukking ons op een bepaalde manier die we moeten zien te herkennen en te ontwarren. Er speelt ook een kwestie voor alle groepen die aan de zijkant van de samenleving zijn gezet, zoals gehandicapten, homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen, mensen met ervaringen in het geestelijke-gezondheidssysteem en daklozen. Zij zijn het doelwit van de onderdrukkende eis om je aan te passen en te gehoorzamen, of om stil en uit het zicht te zijn, en dat wordt gebruikt om iedereen buiten te sluiten die er 'verkeerd uitziet'. Echte, authentieke sociale inclusie is een rationeel doel dat tegen deze pijn in gaat en het klassensysteem zelf ondermijnt.

Conclusie

Wat we hier hebben beschreven is de groeiende theorie van middenklasse-onderdrukking en middenklassebevrijding. Er zijn nog steeds veel gaten en gebieden die helderder zullen worden wanneer wij counselen en meerdere initiatieven nemen om de wereld om ons heen te veranderen. De afgelopen twintig jaar hebben we vooruitgang geboekt in het duidelijker krijgen van dit beeld. Gezien het punt waar we zijn begonnen en gezien het beperkte bewustzijn hierover in de wijde wereld, is wat we hebben gedaan binnen HC geweldig en bemoedigend. We kunnen er mee doorgaan om dit uit te zoeken. We kunnen een fundamenteel, diepgaand verschil maken in de wereld. Als we ons realiseren hoeveel we hebben gedaan en hoeveel meer we kunnen doen, laten we dan deze uitdagingen aangaan en dit werk centraal stellen in onze wederopbloei en bevrijding.

Vertaling: Adalgard Willemsma, Nandel Reinhardt, Bart van Hensbergen

Redactie: Nicolet Groot, Adalgard Willemsma, Bart van Hensbergen, Marijke Wilmans

met medewerking van vele anderen

 Juli 2017 


Last modified: 2017-07-17 13:41:38-07